Maud Peper (Dame)
De smaak van Vrijheid
Maud Peper, geboren in Amersfoort, was zes jaar oud toen haar Joodse gezin moest onderduiken. In 1942 werd ze samen met haar jongere zusje Rita via de ondergrondse naar Oldebroek gebracht. “Mama zei dat we op vakantie gingen naar een boerderij,” vertelt ze. “Pas drie jaar later zagen we onze ouders terug.” De meisjes kwamen terecht bij de familie Spronk, en later bij de familie Westerink in Elburg, mensen die hun leven op het spel zetten om hen te beschermen.
Wat Maud het meest is bijgebleven, is niet de angst, maar de goedheid van de mensen die gaven zonder iets terug te verwachten. “Zij hadden niets, maar deelden alles, een dak, eten, veiligheid,” zegt ze. In Elburg maakte ze de bevrijding mee. Ze herinnert zich de Canadezen die binnenreden, het uitbundige feest en het eerste stukje chocolade dat ze ooit proefde. “Dat smaakte naar vrijheid,” vertelt ze. Dit werd ook later de titel van haar boek dat ze schreef over haar tijd in de oorlog.
Na de oorlog bleven de families nauw met elkaar verbonden. Beide kregen later de Yad Vashem-onderscheiding als “Rechtvaardigen onder de Volkeren”. Een ontroerend moment was toen Maud, decennia later, het vorkje terugkreeg dat ze als kind bij zich had gehad.
Sinds de jaren ‘50 woont Maud in Amerika en vertelt ze haar verhaal op scholen en neemt ze de docenten mee naar Europa om hen te leren over de Tweede Wereldoorlog. Haar missie is helder: vrijheid leeft door wat we aan elkaar geven. “Het maakt niet uit of je Joods, christelijk of moslim bent, we zijn allemaal mensen. Vrijheid betekent elkaar zien, helpen en waarderen. Dat is wat ik wil doorgeven.”