Het is een bijzonder verhaal van Gerritje Geertuida, roepnaam Truus, van den Akerboom,
daarom is zij als burgerslachtoffer uit Gouda hier opgenomen.
Voorgeschiedenis en heenreis
Op 15 augustus 1907 wordt Gerritje Geertruida van den Akerboom geboren in Waddinxveen. Zij trouwt op 31 januari 1928 met Teunis (Tom) Vuijk. Het paar gaat wonen in Gouda. Ze krijgen samen vier kinderen, één dochter en drie zoons.
Het is de hongerwinter van 1944/1945 en veel mensen zijn op pad naar het oosten en noorden van Nederland om nog wat voedsel te kunnen vinden om die mee terug te nemen naar het westen, naar hun woning waar vaak een man en kinderen zijn achter gebleven. Veelal zijn het vrouwen, oude(re) mannen en kinderen die de tochten ondernemen.
De mannen in de leeftijd van 18 tot 45 jaar worden vaak opgepakt om te gaan werken in Duitsland, of plaatsen in Nederland.
Gerritje Geertruida (Truus) gaat ook op pad met haar dochter om eten te gaan vragen bij de boeren in het oosten/noorden. Op de fiets met massieve banden wordt de tocht ondernomen. Ze gaan naar Groningen waar ze kennissen hebben die nog voedsel voor haar hebben. De reis er naar toe verloopt voorspoedig, met enkele dagen zijn ze er.
Op de terugweg kunnen ze samen met anderen op de bak van een vrachtwagen, die voedsel is gaan halen voor een ziekenhuis in Rotterdam, een plekje vinden. De fiets is aan de zijkant vastgeknoopt en ze kunnen meerijden naar Gouda. Bovenop de bak met voedsel zit ze samen met haar dochter en anderen, dankbaar dat ze het hele eind niet hoeven te fietsen/lopen.
Noodlottige dag
Het is 28 februari 1945 als ze op de vrachtwagen meerijden richting Rotterdam. Bovenop de vrachtauto zonder bescherming zitten ze angstvallig hun vergaarde eten vast te houden in de bittere kou.
Bij de Katerveerbrug bij Zwolle werd de vrachtauto lang opgehouden
omdat er uitgebreide controle plaatsvond van alles en iedereen.
De vrachtauto reed op een gasgenerator en kon daardoor niet sneller dan 40 km/uur. Als men de brug in Zwolle richting Wezep voorbij was dan sprak men van de ‘dodenweg’.
Op het gedeelte tussen Zwolle en richting Harderwijk werd door de geallieerde vliegtuigen veelvuldig geschoten op alles wat bewoog,
om ieder transport voor de Duitsers onmogelijk te maken. In het donker was niet te onderscheiden om wie het ging.
Nadat de vrachtauto verder mocht rijden kwam de auto achter een Duitse colonne terecht richting Oldebroek. Net voor, of voorbij Wezep voerde een Mosquito een aanval uit op de colonne en ook de vrachtauto achter de colonne werd beschoten. In de chaos die ontstond, iedereen probeerde van de vrachtauto af te komen en een veilig heenkomen te zoeken, viel Truus met het hoofd naar beneden van de vrachtauto af. Ze brak haar nek en stierf bijna meteen.
Haar lichaam werd overgebracht naar de aula in Wezep.
Na het ongeval
De volgende dag was het in Gouda al bekend dat Truus was omgekomen nabij Wezep. Ook werden direct al plannen gemaakt om het lichaam van Truus over te brengen van Wezep naar Gouda. Regulier vervoer was er niet dus men moest zelf iets regelen.
Drie mannen zouden het lichaam van Truus ophalen uit Wezep, Piet, Gerrit en Frans. Bij de Ortskommandant in Waddinxveen werden papieren opgehaald, o.a. ausweise waarmee men toestemming had om het lichaam van Truus op te halen, maar ook dat de mannen mochten reizen. Er werd een bakfiets geregeld en met de drie mannen, één op de bakfiets en twee op fietsen ervoor (door de papieren waren ze gevrijwaard van inbeslagname van de fietsen) ging het via Gouda, Haastrecht en Utrecht richting Amersfoort met een lege lijkkist op de bakfiets. Daar werden ze door patrouilleerden Duitsers tot stoppen gedwongen en moesten mee naar de kazerne. Men zei hen daar dat hun papieren niet compleet waren. Eén van de mannen, Frans, ging op de fiets terug naar Waddinxveen om het gevraagde extra bewijs op te halen. De overige twee bleven gedwongen twee nachten in de kazerne in Amersfoort wachten.
Toen Frans weer in Amersfoort was werd er overlegd. Men had van een kennis, die politieagent in Amersfoort was, gehoord dat er een
vrachtauto richting Zwolle ging en dat hij wellicht wat kon regelen met de vrachtauto.
Eén van de mannen, Piet, ging met de vrachtauto mee die voorbij Zwolle aardappels ging halen. Er werd contact opgenomen met de politie in Wezep en met de begrafenisondernemer om aan te geven dat Piet met de vrachtauto de lege lijkkist bij de aula zou bezorgen. Afgesproken werd dat de kist met het lichaam van Truus op een bepaald tijdstip op maandagmorgen aan de Zuiderzeestraatweg zou staan. Nadat de vrachtauto de kist bij de aula had afgeleverd is de vrachtauto doorgereden tot voorbij Zwolle.
Rond vijf uur op maandagmorgen kwam de auto weer bij Wezep aan en stond Piet met de begrafenisondernemer en de agent op de afgesproken plek en werd de kist met het lichaam van Truus bovenop de aardappels gehesen.
Hierna ging de rit terug naar Amersfoort. In de loop van de morgen
werd de kist op de bakfiets gezet en reed men richting Waddinxveen. Waar men ’s avonds aan kwam. De volgende dag werd Truus in Gouda begraven.
Tijdlijn van de gebeurtenissen
Waarschijnlijk is Truus met haar dochter zaterdag 24, of zondag 25 februari 1945 vertrokken naar Groningen, een afstand van ruim 230 km.
Het was wel koud, Den Bilt gaf 5,7 graden aan en het regende af en toe. De wegen waren slecht en er waren overal controles, dus vlot reizen richting Groningen kon niet.
Woe 28-02-1945 23.00 uur Truus van den Akerboom omgekomen nabij Wezep/Oldebroek
Don 01-03-1945 Ortskommandant Waddinxveen gevraagd om toestemming
Twee nachten gewacht op 2e bewijs, don/vrij en vrij/zat
Zat 03-03-1945 Ortskommandant Waddinxveen geeft toestemming ophalen 2e bewijs?
Zon 04-03-1945 avond Piet reist met vrachtauto naar Wezep
Maa 05-03-1945 ochtend Lichaam Truus komt in Amersfoort aan
Maa 05-03-1945 Aangifte van overlijden door politieman J. Buijsman in Oldebroek
Maa 05-03-1945 avond Lichaam Truus komt in Gouda aan
Din 06-03-1945 14.00 uur Truus begraven in Gouda


