Johannes Zielhuis
Herinneringen aan oorlog en medemenselijkheid
Johannes Zielhuis werd in 1937 geboren en groeide op aan de Kerkweg in Wezep, waar hij de oorlog als kind van dichtbij meemaakte. Zijn herinneringen zijn levendig: Duitse soldaten die door de straten marcheerden en zongen, vliegtuigen die dagelijks overkwamen op weg naar Duitsland, en bombardementen op de kazerne, toen “het Lager” genoemd. “Je hoorde elke dag dat geluid van vliegtuigen,” vertelt hij.
Zijn familie kreeg direct met de bezetting te maken. De Duitsers wilden hun huis innemen, maar omdat zijn moeder hoogzwanger was, mochten ze blijven en de buren werden in hun plaats ingekwartierd. “Na de oorlog was het huis vies en kapot. Dat doet pijn, als kind naast je eigen huis te wonen en het te zien verloederen.”
Hij herinnert zich ook de hongerwinter: uitgemergelde mensen uit het westen die met kinderwagens door de Kerkweg trokken, smekend om brood. De Wezepers deelden wat ze hadden. “Wij hadden eten uit eigen tuin, dus we konden geven. En dat deden we ook.” Later hoorde hij over de mannen uit Rotterdam die in de kazerne gevangen zaten en door dorpsbewoners van voedsel werden voorzien – de oorsprong van de schenking van de Rotterdammers: de muziektent op de Brink.
Johannes vindt het belangrijk dat deze verhalen verteld blijven worden. “Wat er toen gebeurde, kan vandaag weer gebeuren,” zegt hij. “Oorlog laat zien wat mensen elkaar kunnen aandoen, maar ook hoeveel goeds er in ons zit.” Zijn wens voor de jeugd is eenvoudig maar krachtig: “Meer omzien naar elkaar, respect hebben, elkaar waarderen – dáár begint vrede.”